Het Molenblok

Tekening van het Molenblok Kazerne 

Het langgerekte kazernecomplex met op de hoek Molenstraat Friesestraat een trapgevel uit 1765 is beeldbepalend voor de Molenstraat. Het Meulen- of Molenblok was een van de kazernes van de vesting Coevorden. Vele soldaten en officiersgezinnen hebben deze lange rij huizen tot de opheffing van de vesting in 1854 bewoond. 

In 1651 komen we het Meulenblok voor het eerst tegen als een bestaand gebouw. In 1660 wil Willem Hondebeeck, vaandrig onder de compagnie van kapitein Derk Alberda, de vloer van "sijn logement" met zand opgehoogd hebben, omdat de straat veel hoger is. In "Alberda's quartier" zoals het Meulenblok in 1661 werd genoemd moeten de daken en de "glazen" worden gerepareerd. Enige pannen en ramen zijn stuk. 

In het boekje over het Meulenblok waarin ir. Herman Brand gegevens vermeld, die door hem zijn verzameld en beschreven lezen we "In 1662 lekten in vijf barakken de daken. Veel vorstpannen zijn afgewaaid en "neusplanken" verrot. In het voorjaar van 1667 bestaat de compagnie van kapitein Alberda uit "35 musquetiers en 19 pieckeniers". In het voorjaar van 1672 is er sprake van "vervallen baraquen" in zes kwartieren, waaronder dat van Alberda". Negentig jaar later was het al niet veel anders want het Meulenblok werd in 1764 beschreven als het "oude bouwvallige blok staande ter regter syde van de Vriesche Poort". 

Op 4 mei 1764 werden voor nieuwbouw tekeningen en een begroting vanuit Coevorden naar de Raad van State gestuurd. In de brief met bijlagen van de "aller onderdanigste en gehoorsaemsten Dienaer" Vonck van 4 mei 1764 aan "de Edele Mogende Heeren" werd onder andere het volgende ontwerp voorgesteld: Er zijn twee kapiteins- en twee officiers-logementen. In tijd van vrede kunnen er verder 224 soldaten worden ondergebracht in 14 appartementen op de begane grond en 14 op de eerste verdieping. Elk appartement kan 8 personen herbergen, die het moeten doen met drie "koetsen" , elk voor twee soldaten. De overige twee manschappen worden verondersteld afwezig of op wacht te zijn. In tijd "des noots" zoals bij oorlog zou ieder logement 10 man kunnen herbergen en elke zolder nog eens 6 man, zodat dan een capaciteit van 364 man wordt bereikt. De indiener van het plan, de directeur luitenant-kolonel ingenieur Vonck kwam op een totaal van bouwkosten uit op een bedrag van 16433 gulden. Vonck schrijft aan de Raad van State dat het bedrag nogal hoog lijkt, maar dat je moet bedenken dat de jaarlijkse post voor onderhoud aanmerkelijk zal dalen. Vonck krijgt in alles zijn zin. Het Meulenblok wordt in het najaar 1764 aanbesteed. Begin maart 1765 is het afgebroken en is de nieuwbouw in volle gang. 

Negentig jaar later is het strategisch belang van Coevorden zozeer afgenomen dat het garnizoen verdween. Tijdens de Frans-Duitse oorlog in 1870 gaf de Nederlandse regering opdracht om de vesting helemaal te ontmantelen. Hiermee wilde het de neutraliteit van Nederland benadrukken. Dat was het begin van het einde van wat ooit eens de sterkste vesting in Europa was.

De vroegere barakken zijn nu afzonderlijke monumenten en sinds de opheffing van het garnizoen als woningen of winkels in gebruik genomen. Voor Coevorden is het Meulenblok nog steeds erg waardevol, het is namelijk op de tekentafels in de stad zelf ontworpen.


"Herinnering aan Coevorden als Garnizoensstad" door Herman Woltersom