Het Bentheimerblok

Platte Grond. Aangesigt en Profil van een Nieuw te bouwen Blok Barraquen 

In 1607 had Coevorden 12 garnizoenen met 1600 man. Daarmee behoorde Coevorden niet tot de grootste, maar ook niet tot de kleinste. Ter vergelijking, Breda had 26 garnizoenen met totaal 3000 man, Bourtange 6 garnizoenen met 800 man.

In veel garnizoenssteden werden de soldaten bij particulieren ondergebracht, maar bij deze aantallen was het begrijpelijk dat in veel vestingsteden kazernes werden gebouwd. De kazernes in Coevorden waren lange rechte gebouwen die langs de randen van de stedelijke bebouwing werden gebouwd. Van de oorspronkelijke kazerne het Bentheimerblok zijn alleen de uit 1769 stammende kapiteinspaviljoen, hoek Bentheimerstraat-Spoorhavenstraat, en een luitenantspaviljoen en een soldatenbarak in de Spoorhavenstraat bewaard gebleven.

De oudste vermeldingen over het Bentheimerblok dateren van 1647, maar waarschijnlijk was bij de bouw van de vesting in 1605 al sprake van twee kazernes. Halverwege de achttiende eeuw werden een aantal kazernes vervangen door nieuwbouw, waaronder het Bentheimerblok. Na anderhalve eeuw voldeden de oude gebouwen niet meer aan de eisen van die tijd. Luitenant-Kolonel ir. Vonck zou daarin een belangrijke rol gaan spelen. Hij kwam in 1756 in Coevorden wonen in verband met de nieuwbouw van het Arsenaal. Vonck was directeur van het militair arrondissement dat Groningen, Drenthe en een deel van Overijssel omvatte.

In 1767 stuurde Vonck zijn ontwerp voor het nieuw te bouwen Bentheimerblok naar de Raad van State in Den Haag. De plannen werden goedgekeurd en de schop ging in de grond. De kazerne werd in 1770 in gebruik genomen en was 76 meter lang en 8,40 meter breed. Verder bestond het gebouw uit twee bouwlagen en een reeks zolders onder één groot zadeldak. Het had een vergelijkbare opzet als het Meulenblok. Op elk uiteinde van de kazerne lag een ruim kapiteinspaviljoen, daarnaast een wat smaller luitenantspaviljoen. Daartussen lagen de barakken voor de soldaten.

In 1827 werd het gebouw weer ingrijpend verbouwd en werden veel schoorstenen en scheidingswanden afgebroken. In 1838 waren de meeste barakken in gebruik voor opslag van wapens en materialen van de artillerie. Met de ontmanteling van de vesting Coevorden in 1854 kwam ook een einde aan het garnizoen, reeds in 1853 werd het Bentheimerblok verkocht aan B. Dommers. Het kwam later in het bezit van de Coevorder Gasfabriek en werd het grootste deel van het blok afgebroken en werd in de jaren twintig van de vorige eeuw vervangen door huizen die aansloten op het kapiteinspaviljoen, het luitenantspaviljoen en één soldatenbarak die bewaard waren gebleven.

In de kapiteinswoning op de hoek van de Bentheimerstraat en de Spoorhavenstraat heeft fietsenmaker Hoiting nog jarenlang zijn winkel en werkplaats gehad. Met de sloop van de huizen in de Spoorhavenstraat in 2005 werd de uitvoering van het Wensbeeld gestart. Na gedegen archeologisch onderzoek kon er weer gebouwd geworden. In het gebied, bekend als het Bogas-terrein, werd door Domesta een appartementencomplex gebouwd, verdere invulling van het terrein wordt gerealiseerd door Vancouver Vastgoed. Wat nog restte van het Bentheimerblok is door Domesta met hulp van de gemeente en provincie gerenoveerd en zodoende bewaard gebleven voor de toekomst. In het pand zijn drie woningen gerealiseerd waarbij het zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat is hersteld.

"Herinnering aan Coevorden als Garnizoensstad" door van Herman Woltersom